Drijvende windturbines zijn de toekomst van offshore wind

Je kent waarschijnlijk wel al die windmolenparken. Een prachtige manier van energieopwekking door slim gebruik te maken van de harde wind op zee. Energie uit wind onttrekken is waarschijnlijk één van de 

oudste manieren om energie te genereren. De eerste keer dat er gebruik werd gemaakt van windmolens om elektriciteit te produceren was in het jaar 1891 in het Deense plaatsje Askov door Poul la Cour. Pas in 1930 werden voor het eerst windmolens voor de kust geplaatst. In 1972 werd het concept van drijvende windturbines door hoogleraar aan de Universiteit van Massachusetts, Dr. William E Heronemus geïntroduceerd. Het eerste echte windmolenpark dat offshore Wind was werd in Denemarken gebouwd in het jaar 1991. In 2009 werd de eerste drijvende windturbine operationeel. Dit heeft dus meer dan 100 jaar geduurd nadat het eerste idee was geopperd. In dit artikel lees je waarom drijvende windturbines de toekomst zijn en geen offshore windmolen parken.

Waarom hebben we windenergie nodig

Tegenwoordig hebben we steeds meer energie nodig om in onze behoeften te voorzien en traditionele energiebronnen zijn niet duurzaam. Windenergie is al jarenlang aan populariteit aan het winnen, alleen wat men vaak vergeet is dat de windmolen monopiles op de beste locaties worden geplaatst. Op het moment dat er gebruik wordt gemaakt van een offshore windturbine weet je zeker dat je genoeg offshore wind en ruimte in overvloed hebt zonder obstakels die de wind tegenhouden. Het is mogelijk om vaste offshore wind turbines in te zetten in ondiepe gebieden aan de kust. Alleen zijn hier vaak veel hoge gebouwen te vinden, waardoor er niet optimaal gebruik kan worden gemaakt van de wind monopiles. Door te kiezen voor drijvende windturbines heb je hier geen last meer vast. Je kan verder van de kust windenergie oogsten. De offshore wind is hier sterker, constanter, er is minder verstoring van het uitzicht en ze kunnen geplaatst worden buiten de visserij- en scheepvaartroutes.

Op welke manier kan je een drijvende windturbine inzetten

Er zijn vier manieren waarop je een drijvende windturbine kan inzetten. Er is het Spar type, type ponton (binnenschip), semi onderdompelbaar en het type spanpootplatform (TLP). Het onderscheid zit in de hoeveelheid en de positie van de drijvende elementen en tevens in de manier waarop ze zijn verankerd in de bodem van de zee. Het spar type is een windmolen met een drijvend element op de bodem. De verankering vindt plaats door verschillende lijnen in de zeebodem. Het TLP type is meer vergelijkbaar met een olieboorplatform waarop een windmolen geplaatst is. Het semi onderdompelbare type kan je vergelijken met de TLP alleen heeft het een systeem om waterpas te blijven als er golven aanwezig zijn. Het ponton type kan je vergelijken met een soort boot waarop meerdere windturbines zijn geplaatst die het in balans houden. De grootste uitdaging waar men tegenaan loopt is de economische kant. Vaak vormen de windmolen parken bij de turbines de grootste kosten, bij offshore is dit maar een derde van de kosten. De structuur om het te ondersteunen is ongeveer een vierde en de exploitatie ervan is wederom een vierde. Afhankelijk van het type zijn ze ook geschikt voor bepaalde weersomstandigheden, maar niet allemaal.

Be the first to comment

Leave a Reply

Your email address will not be published.


*